Donderdagavond 29 oktober organiseerde Platform INS een boeklancering waarin twee boeken centraal stonden. Voor diegenen die benieuwd zijn naar de avond én voor diegenen die de hoogtepunten willen teruglezen een korte samenvatting. Onderaan de pagina vindt u informatie over het kopen van de boeken.

Het was een drukke avondspits en door de vele files begon het programma een kwartier later dan gepland. De conferentiezaal was goed gevuld toen Karel Steenbrink met zijn verhaal over het boek Gülen-Inspired Hizmet in Europe begon. Het boek, waar ongeveer 5 jaar aan was gewerkt, beschrijft de opkomst en de samenstelling van de Gülenbeweging in verschillende Europese landen, zoals Frankrijk, Engeland, België en Albanië. De schrijver benadrukte dat in geen enkel land de Gülenbeweging hetzelfde is  – een rijkdom – en in elk land vormt de beweging zich aan de nationale context waarin deze zich bevindt. Zo gaf hij als voorbeeld dat in sommige landen de beweging staatssteun krijgt voor het bouwen van scholen – wat resulteert in een groot aantal scholen – terwijl dit in andere landen niet het geval is. Over Duitsland zei Karel Steenbrink het volgende: “Gülen zei in de jaren tachtig dat de Turken in Duitsland een droom hadden om naar Turkije terug te keren. Dat gaat niet gebeuren, zei hij. Dus moesten zij voorbereid worden op een andere droom. Toen zijn de onderwijsinitiatieven begonnen zoals huiswerkbegeleiding.” Wat begon in Duitsland met kleinschalige initiatieven als huiswerkbegeleiding heeft geresulteerd in niet minder dan 14 dialoogcentra geïnspireerd door Fethullah Gülen. Dit was een van de vele landen waarover hij vertelde en welke uitvoerig in zijn boek behandeld worden.

 

Pim Valkenberg (l) en Karel Steenbrink

De volgende spreker op het programma was niemand minder dan Pim Valkenberg die enthousiast over zijn boek Renewing Islam by Service vertelde. Hij zei meteen dat dit boek persoonlijker was dan het boek van de andere spreker, getuige ook de subtitel van het boek: A Christian View of Fethullah Gülen and the Hizmet Movement. Hij gaf aan dat hij de naam Hizmet boven Gülenbeweging verkoos: “mensen van Hizmet zijn mensen die dienstbaar willen zijn.” Daarnaast wilde Gülen zelf de naam ook liever niet horen: “het gaat om de Vrijwilligersbeweging.” De reden waarom hij het boek schreef was bovenal interesse: “ik wilde mij verdiepen in waarom moslims de dialoog wilden aangaan met andere mensen.” Het boek is een beschrijving, vaak vanuit de ik-vorm, van de Hizmet-beweging en een boek waarin Valkenberg op zoek gaat naar de religieuze motivatie binnen de vereniging. Voor het boek sprak de auteur onder andere met de eerste mensen van de Hizmet. Hiervoor reisde hij af naar Turkije, naar Izmir, om interviews af te nemen met hen die aan de bakermat stonden van de Hizmet.  Daarnaast gaat het boek ook over de inhoudelijke godsdienstige opvatting van Gülen. Zo zei hij over Gülen het volgende: “De kern van Gülens eigen motivatie is ‘rıza-i ilahi’ = de tevredenheid van God. Dat is ook het langste hoofdstuk van zijn boek.” Een van de meest memorabele momenten van de avond ontstond toen hij antwoord gaf op de vraag waarom hij als Katholiek na al die jaren nog zo betrokken was bij de Hizmetbeweging: “ik heb in Fethullah Gülen en de mensen van de beweging iets van Christus teruggezien.”

Na de beide boekpresentaties was het tijd voor het publiek om vragen te stellen. Hier werd volop gebruik van gemaakt. Een vraag ging over de constante argwaan van de Nederlandse politiek, op bestuurlijk niveau, gericht aan de Gülenbeweging. Waar kwam dit vandaan? Een verklaring die gegeven werd was dat achter de meeste van deze Kamervragen een debat schuilgaat onder Turkse Nederlanders die niet blij zijn met de beweging. Daarnaast werd de schuld ook enigszins bij de journalistiek gelegd: “journalisten gaan bij mensen langs, interviewen urenlang maar knippen stukken eruit. Dat is een paar keer zo gegaan.”

Bent u geïnteresseerd naar de boeken? Hieronder vindt u meer informatie en kan u deze aanschaffen.

[price_table_group]
[price_table title =”Gülen-Inspired Hizmet in Europe” price=”€45″ button_text=”Meer informatie” button_url =”http://www.peterlang.com/index.cfm?event=cmp.ccc.seitenstruktur.detailseiten&seitentyp=produkt&pk=88889&concordeid=574275″ button_color=”#29BCE4″]The Western Journey of a Turkish Muslim Movement[/price_table]
[price_table title =”Renewing Islam by Service” price=”€50″ button_text=”Meer informatie” button_url =”http://www.amazon.com/Renewing-Islam-Service-Christian-Fethullah/dp/0813227550″ button_color=”#29BCE4″]A Christian View of Fethullah Gülen and the Hizmet Movement[/price_table]
[/price_table_group]

 

Op 16 september 2015 vond de studiemiddag ‘Interreligieuze dialoog en nieuwe spirituelen’ plaats op de Radboud universiteit in Nijmegen. Het doel was om helderheid te krijgen over de vraag in hoeverre nieuwe spirituelen betrokken zijn of willen zijn bij de interreligieuze dialoog, en hoe die betrokkenheid vorm gegeven kan worden. Vijf sprekers gaven korte lezingen over de rol van nieuwe spirituelen in de interreligieuze dialoog. Aan het eind gingen de deelnemers van de bijeenkomst in discussie over het onderwerp.

Lezingen

Hieronder volgt een beknopte weergave van wat de deelnemers hebben ingebracht.

Lisette Thooft (publiciste, visie vanuit nieuwe spiritualiteit): ziet interreligieuze dialoog als een discussie tussen mensen, niet instituties. De spiritualiteit ziet zij als een manier om een persoonlijk balans te vinden en angsten en spanningen weg te nemen. Ze vond dat de kerk onvoldoende aanbood om haar persoonlijke balans en welzijn te verbeteren.

Marianne Moyaert  (hoogleraar comparatieve theologie en hermeneutiek van de interreligieuze dialoog VU)  spreekt over dual belongers: nieuwe spirituelen die sterk verbonden zijn met twee verschillende religies en dus ook meerdere tradities aanhangen. De overdracht van tradities naar de jongere generatie verliep vroeger zonder problemen, maar dit is vandaag de dag niet meer vanzelfsprekend. De hybride identiteit van dual belongers kan mogelijk bijdragen aan de interreligieuze dialoog.

Rinus van Warven (presentator, visie vanuit nieuwe spiritualiteit) is sceptisch over interreligieuze dialoog. Hij geeft aan dat er bijvoorbeeld interreligieuze inloophuizen zijn waar religies samenkomen, maar dat dit niet betekent  dat er dialoog plaatsvind. Verder vertelt hij dat het gebruik van de woorden ‘religie’ en ‘geloven’  verschilt tussen talen. Het betekent niet altijd het geloof in een God, het kan ook over een vertrouwende levenshouding gaan.

Ibrahim Spalburg (imam, docent, visie vanuit islam) zegt dat godsdienstvrijheid een waarde is die door de Islam aangemoedigd wordt, maar helaas is dit niet in veel zogenaamde islamitische landen het geval. Conflicten over het wel of niet geloven in God moet volgens Spalburg vermeden worden. Daarom is hij kritisch over IS en anderen die teksten uit hun historische context halen om het voeren van oorlog te rechtvaardigen.

Volgens Spalburg is maatschappelijke betrokkenheid en naastenliefde een belangrijk element van islam. Om deze reden zouden er geen onoverkoombare problemen moeten zijn om dialoog aan te gaan met spirituele mensen, mits zij daarvoor open staan. Platform INS is één van de organisaties die deze open houding benadrukken door het stimuleren van dialoog. Zij stellen de mens centraal, niet de islam.

Frans Jespers (voorzitter Stichting Interreligieuze Dialoog, hoofddocent godsdienstwetenschap Radboud Universiteit) bekijkt het onderwerp vanuit de godsdienstwetenschappen. Uit de statistieken ziet men een groei van het aantal nieuwe spirituelen sinds de tweede wereldoorlog, maar ook een groei in het aantal mensen die niet spiritueel en niet religieus is. De laatste trend in de statistiek is dat het aantal nieuwe spirituelen stabiliseert, en dat het percentage mensen die niet spiritueel en niet religieus zijn verder groeit. Verder merkt hij op dat veel nieuwe spirituelen weerstand hebben tegen religie.

Discussie

Na de lezingen gingen de aanwezigen met elkaar in discussie. Hieruit komt voort dat de rol van religie als gemeenschap vermindert door de aanwezigheid van alternatieve sociale groepen. Dankzij het internet en transportmogelijkheden kunnen mensen makkelijker bewegen door de wereld. Ook wordt het gemeenschappelijke aspect nu vaker ingevuld door lokale sociale clubs en activiteiten zoals buurtfeesten.

Het laatste woord in de discussie kwam van Ahmet Kaya van Platform INS. Hij geeft aan dat uit onderzoek blijkt dat Nederlanders het meest gelukkige volk op de wereld is in individuele zin, maar dat hetzelfde percentage zeer ernstige zorgen heeft over het collectief. Men deelt de wereld met elkaar, maar dat voelt voor hem niet zo. Terwijl hij dat wel wil. Om dit op te lossen moet er gemeenschappelijk grondgebied worden ontdekt. Dit kan bereikt worden door middel van dialoog. Daarop bouwend kan er bijgedragen worden aan een betere gemeenschappelijke toekomst waarin mensen de belangrijke uitdagingen in het leven gezamenlijk aan kunnen gaan.

De studiemiddag was georganiseerd in een samenwerking tussen Stichting Interreligieuze Dialoog, leerstoel Spiritualiteitsstudies Radboud Universiteit, Platform INS en Interreligieus Beraad.

Platform INS organiseerde op 22 juni een iftar-maaltijd[1] voor haar relaties. De Ramadan (de vastenmaand voor moslims) is in de afgelopen jaren een steeds bekender fenomeen geworden in onze samenleving waarin moslims het initiatief nemen om mensen met verschillende achtergronden met elkaar in gesprek te laten gaan en elkaar beter te leren kennen. Dit allemaal onder het genot van een heerlijke iftar-maaltijd. Platform INS wendde ook dit jaar de Ramadan aan om haar gasten uit te nodigen voor een iftar-maaltijd. Op deze avond viel de hoge opkomst onder de politieagenten op.

De avond startte met een plenair programma in de conferentiezaal van Platform INS.  Voorafgaand aan de iftar werd de documentaire “The Imam & the Pastor” vertoond. Dit is een documentaire over bittere vijanden die samenkomen en zich vervolgens inzetten voor vrede in Nigeria. Daarin wordt vertoond hoe Nigeria in verval raakte en geweld de vrije hand kreeg. Dit is het verhaal van aartsvijanden die elkaar eerst wilden doden, maar uiteindelijk de handen ineen sloegen om zich in te zetten voor vrede. Zo trokken imam Ashafa en pastor James samen op voor de vrede in hun land.

Na de vertoning van de documentaire volgde er een discussie in de zaal n.a.v. de film. Hierbij stonden de deelnemers stil bij de overeenkomsten en verschillen die zij zien met Nederland en waar zij van kunnen leren. Zo zei de Rotterdamse raadslid Setkin Sies (Christen Unie): “Als leiders kunnen wij het goede voorbeeld geven. Met name ook door het positieve een podium te geven.” Turan Yazir, een ander raadslid (CDA) van de gemeente Rotterdam zei: “Als instituties moeten we blijven investeren in duurzame relaties en vooral het goede blijven benoemen.”

Na het plenair programma werd het tijd voor de iftar-maaltijd. Aan tafel kregen de gasten de gelegenheid om uitgebreid kennis met elkaar te maken.

[1] De maaltijd tijdens de Ramadan waarmee de vasten wordt verbroken door moslims.

Platform INS organiseerde op 2 juli een iftar-maaltijd[1] voor haar relaties. De Ramadan (de vastenmaand voor moslims) is in de afgelopen jaren een steeds bekender fenomeen geworden in onze samenleving waarin moslims het initiatief nemen om mensen met verschillende achtergronden met elkaar in gesprek te laten gaan en elkaar beter te leren kennen. Dit allemaal onder het genot van een heerlijke iftar-maaltijd. Platform INS wendde ook dit jaar de Ramadan aan om haar gasten uit te nodigen voor een iftar-maaltijd. Op deze avond waren vertegenwoordigers van maatschappelijke en religieuze organisaties uitgenodigd.

De avond startte met een plenair programma in de conferentiezaal van Platform INS.  Voorafgaand aan de iftar werd de documentaire “The Imam & the Pastor” vertoond. Dit is een documentaire over bittere vijanden die samenkomen en zich vervolgens inzetten voor vrede in Nigeria. Daarin wordt vertoond hoe Nigeria in verval raakte en geweld de vrije hand kreeg. Dit is het verhaal van aartsvijanden die elkaar eerst wilden doden, maar uiteindelijk de handen ineen sloegen om zich in te zetten voor vrede. Zo trokken imam Ashafa en pastor James samen op voor de vrede in hun land.

Na de vertoning van de documentaire sprak bisschop van Burgsteden (verantwoordelijke voor de interreligieuze dialoog namens de RKK) het publiek toe n.a.v. 50 jaar dialoog tussen moslims en christenen. Hierna sprak Alper Alasag, secretaris van Platform INS over deze thema. Hij benadrukte het belang van het contact tussen mensen met verschillende achtergronden.

Na het plenair programma werd het tijd voor de iftar-maaltijd. Aan tafel kregen de gasten de gelegenheid om uitgebreid kennis met elkaar te maken.

[1] De maaltijd tijdens de Ramadan waarmee de vasten wordt verbroken door moslims.

Wat verstaan we onder islamofobie? Wat zijn de kenmerken? En hoe uit zich dit in Nederland? Dit zijn enkele vragen die centraal staan in de training “Islamofobie & moslimdiscriminatie en wat je er tegen kunt doen” georganiseerd door Platform INS en antidiscriminatiebureau Art.1 Midden Nederland. Op 16 april vond de eerste training plaats voor klachtbehandelaars van de regionale antidiscriminatiebureaus.

Het eerste deel van de training betreft een verkenning van het thema waarbij de definitie en kenmerken van islamofobie worden besproken. Een trainer van Platform INS licht toe dat het hierbij niet enkel om “angst voor de islam” gaat, maar dat er ook gehandeld wordt uit deze angst; moslims worden gediscrimineerd en uitgesloten op basis van islamofobe gedachten. De deelnemers geven aan dat het bij discriminatiemeldingen die zij binnenkrijgen ook kan gaan om het vermeend moslim zijn. De overlap tussen discriminatie op grond van ras of religie maakt het registreren van meldingen soms moeilijk.

De trainer van Platform INS toont dat islamofobie zich onder andere uit in het zien van moslims en islam als “de ander”, als inferieur aan “de westerse cultuur” en als gewelddadig, wat resulteert in gevoelens van “wij” versus “zij”. De deelnemers benoemen de grote rol die de media hierin speelt. Het verschil in woordkeuze in situaties waarin moslims wel of geen rol spelen duidt volgens hen op het meten met twee maten (bijvoorbeeld: “terrorisme” vs. “verzet”, “eerwraak” vs. “familiedrama”, “terrorist” vs. “verwarde man”). In het Nederlandse publieke en politieke debat komt islamofobie verder tot uiting in de thema’s “islamisering”, de “onderdrukking van vrouwen” en “massa-immigratie”.

In het tweede deel van het programma worden onder begeleiding van Mieke Janssen van Art.1 MN de verschillende mechanismes van discriminatie besproken, waarbij de deelnemers in groepen voorbeelden uit de praktijk bedenken. Zo bespreekt een groep de “internalisatie” van discriminatie met het voorbeeld van een onderzoek naar 122 migrantenvrouwen, waarbij slechts een vrouw direct antwoord gaf op de vraag of zij discriminatie ervoer. De groep concludeert dat er soms weinig bewustwording is en er tegelijkertijd sprake is van internalisatie en normalisatie. De oplossing wordt gezocht in het creëren van bewustzijn en het melden van discriminatie-ervaringen.

Tot slot bespreken de deelnemers wat zijzelf, persoonlijk en als organisatie, en wat anderen kunnen doen om islamofobie aan te pakken. Het belang van dialoog en het aankaarten en bespreekbaar maken van het onderwerp worden benadrukt. Zo kan meer bewustzijn gecreëerd worden en een tegengeluid worden gegeven aan de dominante beeldvorming omtrent de islam. De deelnemers vinden dat het geven van voorlichtingen en samenwerking met diverse partijen nog meer kan worden opgepakt. Verder wordt het belang van melden onderstreept voor mensen die islamofobie ervaren zodat een krachtiger signaal richting overheden en media kan worden afgegeven.