, , ,

Media-brunch: Hoe kan een moslim bijdragen aan een harmonieuze samenleving?

Prof. Dr. Paul Weller verzorgde tijdens een brunch met een groep journalisten een presentatie over zijn onlangs verschenen boek “European Muslims, Civility and Public Life: Perspectives on and From the Gülen Movement”. Vertegenwoordigers van verschillende media zoals NOS nieuws, dagblad Zaman en diverse freelance-journalisten waren hierbij aanwezig.

Prof. Weller lichtte eerst toe waar de titel van het boek voor staat; de Europese moslims over het algemeen en de Gülenbeweging in het bijzonder. Wat heeft de beweging bijgedragen aan de integratie van Europese moslims? In het boek komt vanuit insider én outsider perspectief onder andere naar voren hoe een moslim kan bijdragen aan een harmonieuze samenleving en hoe Gülen gedeelde waarden en wereldburgerschap promoot. Weller onderstreept verder in zijn boek hoe de boodschap van dialoog en vrede – waar Gülen het over heeft – geweld en terrorisme uitdaagt.

Na een korte inleiding ging het gesprek verder met vragen van de journalisten aan Paul Weller over de Gülenbeweging. 
Er kwam een vraag waarom de positie van de vrouw in de Gülenbeweging geen plaats heeft gekregen in het boek. Weller vond dit een terechte opmerking. Het boek is in die zin “gender blind”.
Het belangrijkste aandachtspunt voor de Gülenbeweging is ongetwijfeld “harmonie”. Wat Weller fascineert is dat de organisaties geïnspireerd door de beweging niet ontstonden als reactie op de aanslagen van 11 september, maar een veel langere traditie kennen. De motivatie van de vrijwilligers binnen de beweging komt voort uit de Islam en de vredige boodschap van de Islamitische mystiek.

Op een vraag over de identiteit van de Gülenbeweging antwoordde Weller:”In verschillende landen wordt bediscussieerd of de beweging Turks georiënteerd is. Ik kan zeggen dat ik mensen ken in de beweging die geen moslim of Turks zijn maar zich nog steeds geroepen voelen door de boodschap van vrede waar de beweging voor staat. Wel is te bekennen dat het hier gaat om een Islam met Turkse invloeden. Maar ja, verschillende interpretaties zijn geoorloofd binnen de Islam.” Verder is getracht om de beweging te vergelijken met conservatieve bewegingen in de islam en andere religies. Maar Gülen kan niet vergeleken worden met een traditionele soefimeester omringd door discipelen.  “De beweging kan het beste beschreven worden als een ‘loose network’ van verschillende personen en organisaties.”

Het gesprek werd steeds boeiender en de journalisten kregen de moed om wat diepere vragen te stellen. Wanneer ben je namelijk lid van deze beweging? Als je geld doneert? Volgens Paul Weller kun je de Gülenbeweging ook op dit punt niet analyseren vanuit een traditionele optiek. Er zijn namelijk mensen die de beweging actief en minder actief steunen, mensen die geld doneren, vrijwilligerswerk doen of slechts aanhanger zijn die de beweging emotioneel steunen. Over dit punt vertelde een vrijwilliger van de Dialoog academie dat er geen lidmaatschap bestaat in de beweging. “Ik zou het eerder een filosofie noemen dan een beweging. Dat dekt de lading namelijk beter”, aldus de vrijwilliger.

Over de financiële transparantie en openheid in de beweging werd verteld dat hedendaagse wetten en regels het bijna onmogelijk maken voor een stichting of vereniging – van welke signatuur dan ook – om financieel niet transparant te zijn. Zeker aan de islam verwante organisaties worden extra in de gaten gehouden. Een organisatie zoals de Dialoog Academie moet zoals iedere stichting actief achter sponsoring en donaties aangaan en het vooral hebben van lokale geldschieters. In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, hebben organisaties uit de Gülenbeweging het dus financieel helemaal niet zo ruim.


Datum:             24 maart 2012
Sprekers:        Prof.dr. Paul Weller
Locatie:            Rode Hoed te Amsterdam
Aantal deelnemers:    20

, ,

Info: “European Muslims, Civility and Public Life: Perspectives on and from the Gülen Movement” 

Zoals de titel het zegt, gaat de inhoud van het boek over de Gülenbeweging en de participatie van moslims in de samenleving. Het boek is geschreven door zowel ‘insiders’ als ‘outsiders’ van de beweging om een objectief beeld neer te zetten. De aanhangers zelf betitelen de beweging als hizmet in plaats van de Gülenbeweging. Hizmet staat voor dienstbaarheid in het Turks.

Het boek is ingedeeld in vier delen. Het begint met de theoretische leer van Gülen. Fethullah Gülen is een traditionele moslimgeleerde die zich beroept op de klassieke bronnen van de Islam. Toch is het bijzonder om te zien dat hij komt met nieuwe inzichten voor moslims die in het westen als minderheid leven. Zo ziet Gülen het westen niet als een vijandig gebied, maar als een territorium waar moslims dienstbaar kunnen zijn voor hun omgeving.

Deel twee van het boek heet “civility, co-existence and integration”. Twee belangrijke inspiratiebronnen van moslims in het westen wat betreft integratie, Tariq Ramadan en Fethullah Gülen worden in een hoofdstuk in dit deel met elkaar vergeleken. Maar ook heeft de auteur het hier over de ethische waarden van Gülen die wij als mensen met elkaar gemeen hebben.

Verderop in het boek worden praktijkvoorbeelden gegeven van de Gülenbeweging in de Europese context. Daarbij worden landen waar veel moslims wonen, namelijk Duitsland, Frankrijk en Duitsland onder de loep genomen. De vrijwilligers in deze landen leggen verschillende accenten in hun activiteiten. Immers is dat het bewijs dat de beweging niet centraal wordt gestuurd door Gülen zoals wordt gesuggereerd.

In het laatste deel van het boek daagt de Gülenbeweging terrorisme en geweld uit met haar vredelievende boodschap. De beweging heeft een pro-actieve houding en bestaat veel langer dan de aanslagen van 11 september. Want de Gülenbeweging heeft al tig aantal jaren ervaring met geweld en anarchie uit de roerige tijden en diverse staatsgrepen in Turkije, en weet adequaat te handelen bij dit soort situaties.

,

Verslag boekpresentatie ‘Breekpunt of Bindmiddel’

In bijzijn van mensen uit welzijnswerk, politiek en al dan niet religieuze maatschappelijke organisaties werd het boek Breekpunt of bindmiddel – religieus engagement in de civil society gepresenteerd. In totaal waren 10 van de 17 auteurs aanwezig.

Een tweetal bekende sprekers stond op het programma: André Rouvoet (voormalig minister van Jeugd en gezin, oud-fractievoorzitter van de ChristenUnie en sinds 1 januari 2012 voorzitter van Stichting Present Nederland – een van de in het boek besproken casussen); 
en Patrick van Schie (directeur van de Teldersstichting, het wetenschappelijke bureau ten behoeve van het liberalisme, dat gelieerd is aan de VVD). Hoewel de twee sprekers op het eerste gezicht sterk van elkaar verschilden (een christelijke politicus tegenover een seculiere historicus), bleken ze het verrassend vaak met elkaar eens.

André Rouvoet beet het spits af. In zijn speech benadrukte hij dat hij religie ziet als een bindmiddel, een inspiratie om actief te zijn in de samenleving. Hij betreurde het dat religieuze inspiratie vaak geproblematiseerd wordt, en dat er daardoor voorbij gegaan wordt aan alle positieve dingen die het oplevert. Kerken, moskee-organisaties en andere religieuze organisaties doen veel goed maatschappelijk werk, wat de samenleving geld bespaart.
Rouvoet stelde dat het voor velen een verrassing zal zijn dat hij, als christelijk politicus, voorstander is van de scheiding van kerk en staat. Wel nuanceerde hij deze stellingname met een citaat van Ghandi: ‘Wie geloof en politiek probeert te scheiden, heeft van beide niets begrepen.’

Rouvoet maakt zich zorgen over de hoeveelheid aan religieuze thema’s die in de politiek besproken wordt, zonder dat die discussies een principieel karakter krijgen. De wetgever moet terughoudend zijn in haar bemoeienis met de inhoud van de religie. Democratie is het principieel aanvaarden dat anderen anders over bepaalde zaken denken dan jijzelf. De kern van onze grondrechten is dat deze de wetgever – in principe – buiten de deur houden. Wat dat betreft ziet Rouvoet tegenwoordig vaker tekenen van vrijzinnig paternalisme. Hij besloot zijn speech dan ook met de vraag wat nu het verschil is tussen politici van PvdA, D66 en GroenLinks die de SGP willen verbieden vrouwen een plek op de kieslijst te onthouden, en politici van de PVV die de rol van de vrouw in de islam en het dragen van hoofddoeken op de agenda willen zetten. Waarom vinden diezelfde partijen dit laatste niet acceptabel?

Vervolgens stak Patrick van Schie van wal met de opmerking dat hij het op verrassend veel punten eens was met de speech van André Rouvoet. In tegenstelling tot een veelgehoord geluid, stelde Van Schie dat er geen sprake is van een religieuze revival. Hij definieerde het einde van vrijheid daar waar het de vrijheid van anderen zou schaden. Voor Van Schie zijn religieuze organisaties niet anders dan niet-religieuze organisaties of verenigingen. Zij hebben niet het recht verworven om bij elkaar te komen door de vrijheid van godsdienst, maar door de vrijheid van vereniging. Als de SGP in haar statuten opneemt dat vrouwen niet verkiesbaar zijn, is Van Schie het daar niet mee eens, maar plaatst hij dat binnen het recht van elke vereniging om de eigen bepalingen op te stellen. Voor hem is dat dus geen voorrecht wat uit de religie voortkomt

Vervolgens gaf Van Schie een hele serie voorbeelden van religieuze discussies die gevoerd worden waarbij hij steeds aangaf dat de keuze hoe met die kwesties om te gaan, bij de groepen zelf ligt. Mag een priester de communie weigeren aan een homoseksuele kerkganger? Dat is aan de kerk om te bepalen. Mag een gemeente weigerambtenaren handhaven? Wel als er voldoende andere ambtenaren beschikbaar zijn om homoseksuele stellen te trouwen. Mag een man besluiten vrouwen geen hand te geven? Als privépersoon wel, maar als dit hem belemmert bij het vinden van werk, dan zal hij de consequenties daarvan moeten dragen. Voor een ambtenaar is het echter onaanvaardbaar. 
Het enige punt waar Van Schie dit zelfbeschikkingsrecht van geloofsgemeenschappen en gelovigen niet van toepassing vond, is op het gebied van het bijzondere onderwijs. Volgens hem zou een kind breed moeten kunnen kennismaken met alle soorten levensovertuigingen, om vervolgens op 18-jarige leeftijd zelf te kiezen of het een religie aan wil nemen, en zo ja, welke. Door een kind naar een op religieuze leest gestoelde school te sturen, wordt het kind die vrije keuze en kennismaking ontnomen.

Voordat het publiek haar vragen kon stellen, kregen eerst twee aanwezige wethouders het woord. Zij gaven enkele voorbeelden van situaties waarin zij getwijfeld hadden of samenwerken met een religieuze organisatie gepast of ongepast was, en hoe zij uiteindelijk tot hun beslissing waren gekomen. Wethouder Korrie Louwes uit Rotterdam (D66, o.a. portefeuille Participatie) noemde de samenwerking met Tariq Ramadan, het uitreiken van de Erasmusspeld tijdens een kerkdienst, en het subsidiëren van een interreligieus platform van maatschappelijke organisaties in Rotterdam. Wethouder Wouter Kolff uit Nieuwegein (VVD, o.a. portefeuille Sociale Zaken) gaf een voorbeeld van een internationale samenkomst van jongeren die uitsluitend een religieus karakter bleek te hebben, waardoor dit niet voor de gemeente subsidiabel bleek.

Vervolgens was het de beurt van het publiek. Er werden heel diverse vragen gesteld, waarvan er hier enkele uitgelicht worden. Wethouder Kolff kreeg het verzoek toe te lichten waarin een religieuze bijeenkomst zoals hij eerder beschreef, verschilt van – bijvoorbeeld – een bijeenkomst van fuchsia-kwekers. Als de sociale doelstellingen van beide organisatoren hetzelfde zouden zijn, zou dan toch de religieuze aard reden zijn om het een wel en het ander niet toe te staan? Nadat Kolff dit beaamde, voegde Rouvoet er aan toe dat hij betwijfelde of de fuchsia-kwekers wel subsidie zouden krijgen. De overheid is er immers niet om ondernemersbijeenkomsten te subsidiëren.

Ook kwamen weigerambtenaren en homoseksuele docenten op christelijke scholen aan bod. Van Schie stelde dat wat hem betreft elke werkgever vrij is om zelf te weten wie er aangenomen wordt, en dus ook om werknemers met een specifieke religie, geaardheid of huidskleur te weigeren, zonder verdere toelichting. Volgens hem zou de overheid hier niets mee van doen moeten hebben, al is er wel wetgeving over discriminatie op de arbeidsmarkt. Rouvoet voegde hieraan toe dat wie zich ongelijk behandeld voelt, zich altijd kan richten tot de Commissie Gelijke Behandeling.

Ter afsluiting werd beide sprekers de vraag voorgelegd of zij religie in de civil society als breekpunt of als bindmiddel zien, immers de hoofdvraag uit het boek. Voor Andre Rouvoet is religie met name een bindmiddel, omdat er veel goeds voor de maatschappij uit voort komt. Patrick van Schie gaf aan niet te kunnen antwoorden op deze vraag, omdat het allebei het geval kan zijn.

Wilt u het boek bestellen? Dat kan, door een email te sturen naar info@platformins.nl 
Het boek kost € 18,50 (excl. verzendkosten). 
Klik hier voor de inhoudsopgave van het boek.


Datum:              14 december 2011
Spreker:         André Rouvoet en Patrick van Schie; Korrie Louwes en Wouter Kolff
Locatie:             Rotterdam
Aantal deelnemers:    60

,

Publicatie: ‘Breekpunt of bindmiddel’

Naar aanleiding van het symposium over civil society en religie, wat de Dialoog Academie en Stichting Synthesis (Universiteit van Tilburg) in 2010 organiseerden, hebben zij de daar gestelde vragen verder in een boek uitgediept. Breekpunt of bindmiddel – religieus engagement in de civil society vormt een bondige samenvatting van het publieke debat over de invloed van religie op de huidige maatschappij, met vaak persoonlijke bijdragen van wetenschappers, politici en praktijkmensen. Wat zijn de kansen en de risico’s van religieus geïnspireerd maatschappelijk engagement in het hedendaagse Nederland? Hoe zijn christelijke en islamitische normen en waarden een bron van motivatie? In hoeverre dragen ‘identiteitsorganisaties’ bij aan de zorg en voorzieningen voor allen? Welke grenzen mag de overheid aan deze organisaties stellen en welke samenwerking is mogelijk voor publieke beleidsdoeleinden?

In Breekpunt of bindmiddel is zowel ruimte voor achtergronden, cijfers en de actuele stand van zaken ten aanzien van de christelijke en islamitische civil society in Nederland, als voor meer principiële stellingnames over de vrijheid van godsdienst. Daarnaast bespreekt een aantal wethouders hoe zij in hun gemeente omgaan met financiële en inhoudelijke samenwerking met identiteitsorganisaties, en laten vier van die organisaties zien hoe zij hun inspiratie vorm geven in hun werk voor de samenleving. Het boek bevat bijdragen van o.a. Paul Schnabel, Femke Halsema, André Rouvoet, Anton Zijderveld en diverse wethouders.

BREEKPUNT OF BINDMIDDEL
1. Inleiding – Gürkan Çelik, Iris Creemers en Paul Dekker

DEEL I Achtergronden
2. Burgermaatschappij en religie – enkele inleidende punten – Anton C. Zijderveld
3. Kerkelijkheid als bron van maatschappelijk engagement – Paul Dekker
4. Civil society en islamitisch engagement in Nederland – Gürkan Çelik

DEEL II Vrijheid van godsdienst
5. Over gewetensvrijheid – Femke Halsema
6. Confronteren is iets anders dan verbieden – André Rouvoet
7. Vrijheid, respect en beslissende basisregels – Achmed Baâdoud
8. Allah op de euro? – Eric van der Burg
9. De passer en de baan rondom de pin – Alaattin Erdal



DEEL III Lokaal beleid

10. Lokale subsidies voor activiteiten van levensbeschouwelijke organisaties – Maarten Davelaar
11. Ruimte voor eigen verantwoordelijkheid – Korrie Louwes
12. Gemeentelijke subsidies voor religieuze instellingen: vloeken in de liberale kerk of niet? – Wouter Kolff

DEEL IV Praktijkvoorbeelden  
13. Vrijwilligerswerk als hoogste uiting van geloof – Fatima Zahra Lachhab
14. Ieder mens een veilig bestaan – Edwin Ruigrok
15. Religieuze identiteit – motivatie voor participatie – Alper Alasag
16. Beginnen bij de samenleving verandert jezelf – Rudolf Setz
17. Nieuw geloven en vertrouwen in de burgermaatschappij – Paul Schnabel

“Er zit onmiskenbaar iets dubbels in de houding ten aanzien van het religieuze engagement in de civil society. Enerzijds heeft onderzoek keer op keer aangetoond dat religieus actieve mensen ook meer dan gemiddeld actief zijn in het vrijwilligerswerk, ook wanneer dat op zichzelf helemaal geen religieus karakter heeft en het zich ook niet richt op geloofsgenoten. Anderzijds is er toch steeds de zorg dat het om een subtiele vorm van zieltjeswinnerij gaat of dat voor de niet-religieuze inzet verworven subsidies langs een omweg toch ook weer gebruikt worden om de meer religieus getinte activiteiten te financieren.”
Paul Schnabel

Er is behoefte aan organisaties die een brug willen en kunnen slaan, die samenwerkingsverbanden aangaan met andersdenkenden, die werken aan oplossingen voor maatschappelijke tegenstellingen en spanningen. Het is belangrijk dat er saamhorigheid is in ons land, dat mensen waardering voor elkaar hebben, zich betrokken voelen en dat er sociale samenhang is. Dit is zó belangrijk, dat de overheid volgens ons hierin niet afzijdig mag blijven. Zij zou dit niet alleen met financiële bijdragen moeten ondersteunen, maar ook zelf actief betrokken dienen te worden. Dergelijk werk moet niet óndanks de overheid gebeuren, maar samen mét de overheid.”
Alper Alasağ

Prijs: € 18,50
ISBN: 978 90 211 4318 7
Omvang: 180 pagina’s
Uitvoering: paperback

Het boek is te bestellen via Platform INS (info@ins.nl), en is ook verkrijgbaar in de boekwinkel.<


Datum:             Oktober 2011
Partner:        Stichting Synthesis,
Uitgeverij Meinema
Auteurs:    Paul Dekker (Stichting Synthesis), Gürkan Çelik en Iris Creemers (Dialoog Academie)

Boek: Erasmus en Gülen: inspiratoren voor vrede en dialoog

Naar aanleiding van het symposium ‘Erasmus en Gülen: inspiratoren voor vrede en dialoog’ dat op 28 oktober 2008 gehouden werd, hebben de Dialoog Academie en Huis van Erasmus een boek uitgegeven bij uitgeverij Damon. Het bevat naast de bijdragen van de sprekers tevens een inleiding, slotbeschouwing, uitgebreide lijst van publicaties van Erasmus en Gülen, en aanbeveling door oud-minister-president Dries van Agt.


Datum:         Oktober 2009
Partner:       Huis van Erasmus
Schrijvers:    Dr. Henri Krop (Erasmus Universiteit), dr. Pim Valkenberg (Loyola College, Baltimore), dr. Leo Molenaar (Huis van Erasmus), dr. Gürkan Celik (Dialoog Academie), Liesbeth Levy (RRKC), Iris Creemers (Dialoog Academie) en Dries van Agt (oud-minister-president)
Locatie:     Rotterdam