, ,

Gülen, Confucius en Plato over het menselijke ideaal

De leesgroep ‘Een dialoog tussen beschavingen’ komt alweer voor de derde keer bijeen en is aangeland bij een van de kernhoofdstukken van het boek. Auteur Jill Carroll construeert hierin een tekstuele ‘trialoog’ over het menselijke ideaal tussen Fethullah Gülen en de filosofen Confucius (551 – 479 v. Chr.) en Plato (ca. 427 – 347 v. Chr.).

Methode
De opvattingen van Gülen, Plato en Confucius dat het menselijke ideaal als doel functioneert voor menselijke ontwikkeling en prestaties, worden door Jill Carroll naast elkaar gezet. Hun gemeenschappelijke claim is dat de samenleving het best functioneert wanneer die geleid wordt, en bestaat uit, mensen met morele en intellectuele deugden. De door Carroll gehanteerde methode van een kunstmatig geconstrueerde trialoog is op het eerste gezicht een aardig uitgangspunt, maar tijdens de bespreking geeft een groot deel van de groep aan dat dit tot vragen en onduidelijkheden leidt. Voor een juiste vergelijking met Plato en Confucius geeft het boek namelijk onvoldoende informatie over de ideeën van Gülen. Ook is niet steeds duidelijk of een genoemde opvatting door Gülen is verwoord, of dat Carroll die in deze trialoogvorm in de mond van Gülen legt. Het lijkt er bijvoorbeeld op dat Gülen zich heeft laten inspireren door Plato, maar dit is uit Gülens teksten op geen enkele wijze op te maken.

Elite
Het is echter wel duidelijk waar Gülen zich op richt en dat is de vorming van hoogstaande mensen die in de maatschappij verantwoordelijkheid op zich nemen. Alle drie de denkers zijn van mening dat een zekere elite de politieke leiding van een staat op zich moet nemen en Carroll plaatst ze daarom op één lijn. Maar even verderop verandert ze de invalshoek ineens van overeenkomsten naar verschillen, wanneer ze erkent dat, in tegenstelling tot Plato en Confucius, Gülen niet met politiek bezig is, maar zich richt op onderwijs. Op deze wijze streeft hij naar de vorming van goed opgeleide mensen op allerlei terreinen, die zich inzetten voor het algemeen belang.

Gerrit Steunebrink licht toe dat in Turkije de angst is ontstaan dat de Gülenbeweging op deze manier hoge posities binnen de staat zal verwerven en vervolgens macht naar zich toe zal trekken. Het boek biedt geen antwoord op de vraag of deze angst terecht is. Een van de leesgroepleden, Ahmet Kaya, die goed is ingevoerd in de teksten van Gülen, vertelt dat dit onterecht is en dat Gülen juist afstand bewaart tot de staat. Dit neemt niet weg dat er in de politiek wel door Gülen geïnspireerde politici zitten. Maar Gülen is voorstander van een seculiere democratie, op voorwaarde dat die ruimte biedt voor persoonlijke spiritualiteit.

Oude tradities
Verder stelt Carroll vast dat Confucius en Gülen beide teruggrijpen op een oertijd waarin volgens hen alles beter was. Dit betekent in het geval van de islam teruggaan naar het eerste tijdperk van de rechtgeleide kaliefen, de eerste drie generaties na de profeet Mohammed. Het valt Steunebrink op dat Gülen zich positief uitlaat over het voormalige Ottomaanse Rijk dat een eigen systeem van tolerantie kende. Volgens Steunebrink was dit systeem volgens de moderne begrippen van individuele tolerantie helemaal niet zo tolerant. Kaya reageert hierop met een toelichting over de ontwikkeling in drie levensfasen die Gülen in zijn denken heeft doorgemaakt. Zo heeft Gülen zich in het verleden op momenten positief uitgelaten over het Ottomaanse Rijk en negatief over het Westen. Maar zeker sinds hij in de VS woont, is hij kritischer geworden aangaande het Ottomaanse tijdperk en laat hij zich tegenwoordig juist vaak positief uit over het Westen.

Onbeantwoorde vragen
Aan het eind van de avond blijft de groep met vragen zitten, niet alleen omdat er onvoldoende teksten van Gülen in het boek zijn opgenomen, maar ook omdat de auteur op verschillende punten niet volledig duidelijk is. In het vierde hoofdstuk zal Gülen opnieuw worden vergeleken met Plato en Confucius, maar dan op het gebied van onderwijs. Hopelijk verschaft deze volgende bijeenkomst meer helderheid.

 

Bettina J. Mulder
27 mei 2013