Berichten

18 april 2013. Platform INS viert vandaag dat Fethullah Gülen, een inspiratie voor veel van onze vrijwilligers en donateurs, door TIME Magazine genoemd wordt als een van de meest invloedrijke mensen ter wereld in 2013. TIME erkent Gülen voor het verspreiden van een boodschap van tolerantie die hem vele bewonderaars in de hele wereld heeft opgeleverd. 

De ‘TIME 100’ 2013 noemt wereldleiders zoals Barack Obama (VS), Xi Jinping (China), en het 15-jarige Pakistaanse meisje Malala Yousafzai dat ternauwernood een aanslag van de Taliban overleefde. In het verleden heeft TIME wereldleiders zoals de Dalai Lama, Paus Benedictus XVI en Aung San Suu Kyi uit Birma in de TIME 100 lijsten geëerd.

Gülen is een islamitische geleerde, schrijver en een voorstander van sociale rechten, die onderdelen van de islamitische traditie opnieuw geïnterpreteerd heeft met het oog op de hedendaagse behoeftes van moslims. Hij is de inspiratie achter de Gülen-beweging, een maatschappelijk initiatief dat aandacht vraagt voor mensenrechten, gelijke kansen, democratie, geweldloosheid en de acceptatie van religieuze en culturele diversiteit. De beweging brengt deze principes tot leven met onderwijs en vrijwilligerswerk en door het organiseren van dialogen tussen mensen.

Door de jaren heen hebben Gülen-vrijwilligers meer dan duizenden scholen gebouwd en studenten bij hun studie ondersteund. Met een focus op techniek, wiskunde, sociale wetenschappen, kunst en literatuur zijn de succesvolle scholen inmiddels in meer dan 100 landen te vinden – van Oost-Europa tot Afghanistan en Pakistan; van Zuidoost-Azië tot Australië en de Verenigde Staten, en in 49 Afrikaanse landen.

Meer informatie
Voor meer informatie over Fethullah Gülen en de Gülen-beweging kunt u contact opnemen met Alper Alasağ, een sympathisant van de Gülen-beweging en secretaris van het Platform INS. Deze organisatie is in oktober 2012 opgericht met als doel de burgerschapszin, maatschappelijke participatie, solidariteit en respect voor diversiteit in de Nederlandse samenleving te bevorderen. Platform INS put haar inspiratie onder andere uit de inzichten van Gülen. Alper Alasağ is te bereiken via telefoon 010 – 2400015 en mobiel 0658886141 en e-mail info@platformins.nl. Meer informatie over Gülen is te vinden op www.fethullahgulen.nl.

Recensie door prof. dr. Jan Bransen

Fethullah Gülen: moslim en mens

Een bespreking van B. Jill Carroll, Een dialoog tussen beschavingen. Gülens islamitische idealen en het humanistische discours, New Jersey: Tughra Books & Platform INS Publishing, 2013.

Jill Carroll schreef een boek met een prachtige titel: Een dialoog tussen beschavingen. Het is een titel die in de huidige pluriforme en mondiale samenleving een grote urgentie heeft. En het is een titel met een prettige, positieve klank. Het gaat over beschavingen, over levensvormen waarin iets van de belofte van het menselijk bestaan gerealiseerd is. Het gaat niet over de ruwe, brute, kale rauwheid van een bestaan waarin ieder exemplaar van de menselijke soort voortdurend op de rand van de dood strijdt om te overleven. Nee, het gaat over culturen waarin dat rauwe bestaan op een veredelde manier gestalte heeft kunnen krijgen. En ja, die veredeling komt in veelvoud: er zijn meerdere manieren waarop het menselijk leven een beschaafde vorm kan krijgen. Het potentiële risico daarvan, dat we elkaar niet begrijpen, dat we elkaar niet respecteren, dat we elkaar willen veranderen en onszelf daartegen willen wapenen, dat risico krijgt in Carrolls titel ook een positieve klank. Het gaat niet over ruzie, conflict of strijd, maar over dialoog, over hoe mensen dat bijzondere, menselijke vermogen kunnen inzetten, onze taal, om elkaar juist wel te begrijpen, waardoor we niet hoeven strijden en ons niet hoeven wapenen. Carroll wil ons laten zien hoe veel wij met woorden voor elkaar kunnen krijgen, juist in een wereld waarin er sprake is van verschillende beschavingen.

Deze mooie en brede titel heeft een heel specifieke ondertitel meegekregen, een ondertitel die laat zien hoe die algemene belofte van het menselijk bestaan in een kleine uithoek van onze planeet een bijzondere concrete gedaante heeft gekregen: Gülens islamitische idealen en het humanistische discours. Dit boek gaat met andere woorden niet over alle mensen, maar over één mens. En dat is ook genoeg. Gülen is een voorbeeld, een fascinerend voorbeeld van hoe je mens kunt zijn, of misschien specifieker, van hoe je je als mens kunt oriënteren als je op een voorbeeldige manier probeert mens te zijn. In die zin gaat dit boek over iedereen, ook al gaat het alleen maar over Gülens idealen. En daar komt dan nog iets bij. Want Gülen is niet alleen een mens. Hij is ook een moslim. Hij probeert een voorbeeldig mens en tegelijkertijd een voorbeeldig moslim te zijn. Het bijzondere daaraan – en dat is het boeiende gegeven dat Carroll in haar boek probeert uit te werken – is dat ook al is Gülen een moslim, zelfs een hartstochtelijk overtuigde moslim, hij probeert als moslim tegelijkertijd een voorbeeldig mens te zijn, een voorbeeld niet alleen voor moslims, maar voor alle mensen. Wat daar bijzonder aan is, is dat Gülen in zijn werk laat zien dat dit in feite twee idealen naast elkaar zijn: moslim én mens. Een beschaafd mens leeft in een cultuur en zal daardoor altijd behalve mens ook moslim, of christen, jood, boeddhist, humanist, enzovoort zijn. Het besef van de pluraliteit van beschavingen doet voor Gülen niets af aan zijn volstrekte overtuiging dat hij behalve mens ook moslim is. Maar hij rekent er op, en wenst anderen dat toe, dat zij op hun eigen manier beschaafde mensen zullen proberen te zijn. Zij zullen daardoor niet alleen voorbeeldige mensen zijn, maar ook, tegelijkertijd, bijvoorbeeld hartstochtelijk overtuigde christenen, taoïsten, humanisten, of wat dan ook.

Gülen probeert anderen niet te bekeren. Ook al is hij een moslim en wenst iedereen toe dat hij als moslim geboren had mogen worden, toch probeert hij van mensen met een andere levensovertuiging geen moslims te maken. Hij laat zien hoe mooi het is, voor hem en volgens hem, om een moslim te zijn.

Gülen probeert zich ook niet te verdedigen, zich niet af te sluiten voor anderen. Hij wil als moslim kunnen genieten van, en kunnen spreken met, en luisteren naar de overtuiging van anderen, anderen die bijvoorbeeld jood of hindoe zijn en die hem en anderen willen laten zien hoe mooi het is, voor hen en volgens hen, om jood of hindoe te zijn.

Gülen probeert in gesprek te komen. Gülen probeert de dialoog tussen beschavingen op gang te brengen. Dat levert een intrigerende thematiek op die Jill Carroll met overtuiging in haar boek in kaart probeert te brengen. Een centrale kwestie daarbij is dat je weliswaar als mens – en in een beschaving dus altijd ook als moslim, jood, humanist, enzovoort – geboren wordt, maar dat het meeste werk daarna nog gebeuren moet. Gedurende zijn leven wordt een mens mens, en wordt een moslim moslim, een hindoe hindoe en een humanist humanist. De dynamiek die dat met zich meebrengt, zeker in een situatie waarin er daadwerkelijk sprake is van een dialoog tussen beschavingen, is misschien wel het boeiendste, maar ook moeilijkste onderdeel van het menselijk bestaan. Hoe kan ik een moslim worden als ik dagelijks in gesprek ben met, bijvoorbeeld, boeddhisten die boeddhist aan het worden zijn, met christenen die christen aan het worden zijn en met stoïcijnen die stoïcijn aan het worden zijn? Ik vind dat werkelijk een heel spannende vraag, een vraag waarop Jill Carroll in haar boek aan de hand van vijf belangrijke thema’s Fethullah Gülens antwoord uiteenzet. Het gaat dan om deze thema’s: intrinsieke menselijke waarde en morele waardigheid, vrijheid, het menselijke ideaal, onderwijs en verantwoordelijkheid. Gülens opvattingen over deze thema’s, en over wat ze voor een moslim én een mens te betekenen hebben, worden door Carroll uiteengezet in wat zij tekstuele dialogen noemt tussen enerzijds Gülen en anderzijds Immanuel Kant, John Stuart Mill, Plato, Confucius en Jean-Paul Sartre.

Dat levert een tekst op die ik lang niet altijd zo spannend vindt als de onderneming van Gülen zelf. Carroll doet haar best te laten zien dat Gülen het voor een groot deel – voor het belangrijkste deel – eens is met de gesprekspartners die zij opvoert. De tekst krijgt daardoor iets schools. Het wordt daardoor een soort inleiding in het werk van de vijf gesprekspartners, een beetje bekeken door de bril van een humanistisch geëngageerde, islamitische prediker uit Turkije. Dat is best interessant voor als je nog weinig van deze denkers weet. Maar ook dan moeten er toch een paar vragen komen opdoemen: waarom deze vijf? Hoe waarheidsgetrouw is Carrolls weergave? Zijn de accenten die ze legt verantwoord? Of zijn ze nogal eenzijdig? Carroll heeft zich immers voorgenomen vooral ook Gülen te presenteren als een belangrijke denker die beschouwd kan worden als een serieuze verkondiger van de belofte die ons menselijk bestaan in zich bergt.

Het boek hinkt dus eigenlijk op te veel verschillende benen. Bovendien concentreert Carroll zich wat mij betreft een beetje te veel op de antwoorden van Gülen, op zijn overtuigingen, op dat wat hij gewoon zeker weet. Dat is heel wat, en het is ongetwijfeld één kant van het werk van een officiële Turks-islamitische prediker. Helaas ken ik zijn werk zelf nauwelijks. Maar ik kan me goed voorstellen dat er ook een andere kant aan zijn werk is, een kant die toch ook wel hoort bij iemand die zo hartstochtelijk werkt aan een dialoog tussen beschavingen. Gülen zal toch ook goed moeten kunnen luisteren, en niet alleen preken. Hij zal toch ook zelf vooral gedreven worden door vragen, en niet vooral door antwoorden. Want het is me nogal wat, wat hij probeert te realiseren. Hij nodigt immers mij als het ware uit om met hem in gesprek te gaan, om dan samen met hem een voorbeeldig mens te worden, terwijl hij tegelijkertijd een voorbeeldig moslim probeert te worden en ik een voorbeeldig humanist. Dat is een heel mooi streven en ik dank hem voor de hypothetische, figuurlijke uitnodiging. Het is een uitnodiging die bij mij vooral ook veel vragen oproept. Want hoe kan hij nu een voorbeeldig mens worden en met mij in gesprek zijn terwijl hij ook hartstochtelijk probeert geen alcohol te drinken, meent dat God de echte bezitter van alles is, en dat mensen bereid moeten zijn te vechten en te sterven voor de heiligheid van het leven? Zo zal ook Gülen zijn vragen hebben. Want hoe kan ik nu een voorbeeldig mens worden en met hem in gesprek zijn terwijl ik ook graag een biertje en een glaasje port drink, serieus van mening ben dat het een misverstand is om te denken dat er heilige boeken bestaan en mij verzet tegen het idee dat God de bezitter van wat dan ook zou zijn?

Als ik de titel van Jill Carrolls boek had mogen lenen, Een dialoog tussen beschavingen, en er mijn eigen ondertitel bij had mogen plaatsen, Bransens humanistische idealen en het interreligieuze discours, dan had ik een boek geschreven dat zowel sterk zou lijken op Carrolls boek als er sterk van zou verschillen. Juist dat maakt voor mij het werk van Gülen interessant. Want ik had dan prima een boek kunnen schrijven over dezelfde vijf thema’s. Ik had de vijf grote, maar ook dode filosofen weggelaten, en ook Gülens antwoorden. Ik had vooral vragen gesteld, vragen die tot uitdrukking zouden brengen dat een dialoog tussen beschavingen vooral ook een kwestie is van goed leren luisteren. Goed luisteren. Ik denk zomaar dat Gülen dat kan. Zoals ik ook denk dat hij hele goede vragen kan stellen, vragen waarop ik niet zomaar antwoord heb, maar vragen die mij zouden uitnodigen om samen met hem op zoek te gaan. Een gezamenlijke zoektocht: dat is wat mij betreft waar Een dialoog tussen beschavingen op neer komt.

 

 

Recensie door dr. Gerrit Steunebrink

B. Jill Caroll, Een dialoog tussen beschavingen. Gülens humanistische idealen en het humanistische discours, voorwoord door Akbar S. Ahmed, New Jersey: Tugra Books 2013. Vertaald door Ingrid ten Bos.

Dit boek is een analyse van het gedachtegoed van de Turkse hervormingsdenker Fethullah Gülen. Het poogt Gülens denkwereld te begrijpen door haar te plaatsen binnen en te vergelijken met stromingen in het denken van het Westen en daar buiten die bijgedragen hebben aan het humanisme. Het boek presenteert Gülen dus allereerst als een humanist, dat wil zeggen als een denker die iedereen, ongeacht zijn religieuze richting, ook een atheïst, wat te vertellen heeft. Tegelijkertijd probeert de schrijver duidelijk te maken dat Gülens humanisme zijn wortels heeft in de islam. Zo wordt ook duidelijk dat islam en humanisme niet met elkaar in tegenstelling zijn. In dit opzicht is het een nuttig boek. Te vaak nog worden islam en humanisme als vijandig tot elkaar gezien. Te vaak wordt Fethullah Gülen in Nederland gezien als een fundamentalistische denker die in zijn internaten de moslimjeugd indoctrineert. Maar hij zoekt de dialoog. Fethullah Gülen is allereerst een islamitische hervormingsdenker. Al sinds de negentiende eeuw zoeken hervormingsdenkers in de islam naar een verzoening tussen de islam en de moderne, in het Westen ontwikkelde wetenschappen. Fethullan Gülen stamt zelf uit de hervormingsbeweging van Said Nursi. Hij heeft zich geconcentreerd op het onderwijs. In het onderwijsproject hoopt hij mensen op te voeden die de moderne wetenschappen een plaats kunnen geven binnen hun islamitische geloof en daarmee binnen een ethisch kader. De schrijfster probeert Gülens humanisme naar voren te halen door het te vergelijken met het denken van achtereenvolgens I.  Kant, J. S. Mill,  Plato en Confucius gezamenlijk en J-P. Sartre. Zij vergelijkt Gülens idee van de menselijke waardigheid met dat van Kant, zijn vrijheidsbegrip met dat van Mill, zijn ideeën over idealen en onderwijs met die van Plato en Confucius en zijn opvatting van verantwoordelijkheid met Sartre. Om dat goed te doen legt de schrijver in ieder hoofdstuk uitgebreid de ideeën van de desbetreffende filosofen uit. Maar dat heeft als nadeel dat, tegen de bedoeling in, de uitleg van de ideeën van Gülen zelf te kort komt. De lezer van dit boek krijgt geen beeld van het denken van Gülen in zijn geheel. Daarvoor moet je andere werken van Gülen lezen die in het Nederlands vertaald zijn, zoals ‘De smaragden van het hart’. Je hoort iets over de beroemde mysticus Rumi als inspiratiebron van Gülen, maar heel weinig over hoe Gülen zijn gedachten verbindt met de vormgeving van de islam in de moderne tijd. Je hoort ook niets over zijn ideeën van de Turks-islamitische synthese.

De hoofdstukken die volgens mij het meest inzicht geven in Gülens eigen gedachtewereld zijn de hoofdstukken over idealen en opvoeding bij Plato en Confucius. Daar komt de pedagoog Gülen naar voren die mensen wil vormen die verantwoordelijkheid kunnen dragen in de maatschappij. Daar vind je ook iets over de vormgeving. De goed gevormde mensen horen niet in de rol van regeerders of bestuurders op te treden maar in die van adviseurs. Een lezenswaardig boek dat tot denken aanzet, een bijdrage levert aan de dialoog, maar iets te weinig inleidt in het denken van Fethullah Gülen in zijn geheel.

Leesgroep Een dialoog tussen beschavingen

Op 4 april kwam voor de eerste keer de leesgroep ‘Een dialoog tussen beschavingen’ bijeen. Tien geïnteresseerde lezers, vanuit uiteenlopende achtergronden en disciplines, zullen zich gedurende vijf bijeenkomsten verdiepen in het gelijknamige boek van dr. Jill Carroll. Godsdienst- en cultuurfilosoof dr. Gerrit Steunebrink zal iedere bijeenkomst een hoofdstuk bespreken en de deelnemers begeleiden in de vertaalslag ervan naar de hedendaagse Nederlandse samenleving.

Een dialoog tussen beschavingen
Een dialoog tussen beschavingen onderzoekt de ideeën van de hedendaagse islamitische Turkse denker Fethullah Gülen en vergelijkt die met de filosofie van vijf grote denkers uit de wereldgeschiedenis. Het boek streeft laagdrempeligheid na en is vrij beknopt, wat tot gevolg heeft dat gespreksleider Steunebrink noodzakelijke informatie over Gülen mist. Hoewel Steunebrink zichzelf geen uitgesproken kenner van Gülen noemt, weet hij het hiaat met veel en nuttige informatie op te vullen. Zo vertelt hij dat rond Gülen een vrijwilligersbeweging is ontstaan die zich richt op het geven van onderwijs, en dialoog tussen verschillende culturen en godsdiensten nastreeft. De Gülenbeweging is een typisch voorbeeld van een civilsociety-beweging.

Fethullah Gülen
Steunebrink vertelt verder dat de Gülenbeweging te plaatsen is in een stroom van islamitische hervormingsbewegingen die al vanaf 1800 zijn ontstaan. Gülen is geïnspireerd door de twintigste-eeuwse Turks-Koerdische denker Said Nursi, het soefisme en de dertiende-eeuwse mysticus en dichter Rumi. Gülen richt zich op onderwijs waarin hij de islam en de moderne wetenschappen bijeen wil brengen. Daarnaast probeert hij de moderne wetenschappen te verzoenen met geloof, ethiek en spiritualiteit.

Sharia
Vervolgens gaat Steunebrink dieper in op sharia en hoe Gülen daar volgens hem tegenover staat. Volgens Steunebrink relativeert Gülen sharia en is hij niet uit op herinvoering van de islamitische wetgeving. Gülen vindt dat de democratie voor hedendaagse moderne staten de enige levensvatbare politieke bestuursvorm is, alhoewel de democratie op bepaalde punten verder ontwikkeld kan worden. In oost en west is dit een gevoelig onderwerp waarover uiteenlopende opvattingen en inzichten bestaan. Het is daarom niet mogelijk om in enkele zinnen een objectieve samenvatting van dit onderdeel van de inleiding te geven.

Hoofdstuk één: Gülen en Kant over de intrinsieke menselijke waarden en de morele waardigheid
Tijdens de bespreking van Steunebrink van hoofdstuk een, worden er verschillen en overeenkomsten uitgelicht tussen Gülen en de achttiende-eeuwse Immanuel Kant, de eerste grote moderne filosoof die in het boek aan bod komt. Zo vertelt Steunebrink dat Gülen de moderne wetenschap graag wil verzoenen met de metafysica, maar dat dit volgens Kant onmogelijk is. Die stelt namelijk dat met behulp van de rede geen godsbewijs gegeven kan worden, maar dat de moraal daarentegen wel het bestaan van God kan aantonen. Verder baseert Gülen menselijke waarden op God en Kant op de rede. Beiden onderschrijven echter de inherente waardigheid van de mensheid.

In het Westen vinden we de ideeën van Kant terug in de democratie van de moderne staat. Gülen ziet geen algemene intrinsieke onverenigbaarheid tussen de islam en de democratie. Maar volgens Gülen is het mogelijk om de mens gelukkiger te maken via een verbeterd politiek systeem, omdat democratie een immer ontwikkelend en niet vaststaand systeem is. Volgens Kant mag geluk niet het doel zijn van politiek, die slechts de vrijheid organiseert.

De praktijk
Na de inleiding ontstaat een geanimeerd tafelgesprek. Ter sprake komt onder andere de klacht van religieuze organisaties dat het uitgangspunt van scheiding tussen kerk en staat, in de praktijk negatief voor hen uitwerkt. Zo krijgen zij in veel gevallen geen subsidies toegekend, omdat de overheid bang is voor ‘zieltjeswinnerij’.

Volgens gegevens van Stichting Art. 1 Midden-Nederland, tevens de locatie waar de leesgroep bijeenkomt, wordt er op individueel niveau vaker door christenen aangifte gedaan van discriminatie dan door moslims. Bij groepen ligt dat anders en ondervinden islamitische organisaties meer discriminatie. Dit patroon heeft ook te maken met bewijslast en angst.

“Hoe kunnen we mensenrechten funderen zonder goddelijk standpunt?” is een vraag die naar boven komt. De discussie die hierop volgt, laat vele aspecten hiervan zien. Over tafel komen invalshoeken als wetenschap, traditie, godsbeeld, het verschil tussen mens en dier, religie, atheïsme, natuurrecht, kwantummechanica, en opnieuw de verschillen en overeenkomsten tussen Kant en Gülen. De discussie neigt naar de onmogelijkheid van een universeel concept voor menselijke waardigheid, met als gevolg de noodzaak tot continue dialoog hierover.

In het vuur van het gesprek daalt de groep ruw in het alledaagse neer, wanneer blijkt dat de eindtijd allang is overschreden en parkeermeters dreigen te verlopen. Het enthousiasme van inleider en deelnemers, en het ongebruikte lijstje vragen voor als het zou stilvallen, scheppen verwachtingen voor de volgende bijeenkomsten.

Bettina J. Mulder

9 april 2013


[nggallery id=76]