Berichten

, , ,

Verslag: Allochtone jongeren debatteerden met Kamerleden over racisme en werkloosheid

img_5638Integratiewoordvoerders Gert-Jan Segers (CU) en Steven van Weyenberg (D66) gingen maandagavond 2 december in debat met ruim 50 allochtone jongeren. In de nagebouwde Parlementszaal van ProDemos werden onderwerpen zoals racisme en jeugdwerkloosheid uitgebreid bediscussieerd. Deze avond werd georganiseerd door Platform INS in samenwerking met ProDemos om politieke participatie onder allochtone jongeren te stimuleren. 

De avond begon met de stelling dat Nederland een groot racismeprobleem heeft. Mustafa Emili (23) – een jongere uit de zaal – verdedigde deze stelling vurig: “Eerst de zwarte piet en vervolgens de uitspraken van Gordon. Bovendien leggen politici vele rapporten die beweren dat Nederland een racismeprobleem heeft naast zich neer. Het probleem wordt ontkend.” Gert-Jan Segers (CU) was het niet eens met Mustafa. De nieuwe generatie allochtonen staan juist op en laten zien dat zij racisme niet meer pikken. Dat wordt ook gewaardeerd door de samenleving en is de positieve kant van het verhaal. Door te beweren dat Nederland racistisch is creëer je alleen maar een tweedeling in de samenleving. Dat is geen goede zaak”, aldus Segers.

Een jongeman uit het publiek vertelde hierbij zijn persoonlijk verhaal. Hij is namelijk op straat gestenigd omdat hij ‘buitenlands’ uitzag. “Een groep jongeren heeft op deze manier mij als buitenlander uit de wijk weggejaagd”, voegde hij hieraan toe.

Steven van Weyenberg (D66) merkte op dat er heel veel hoogopgeleide jongeren in de zaal zaten. “Jullie zijn goed opgeleid, waar zit dat ‘niet welkom’ dan in?” vroeg hij het publiek. Een jongedame reageerde daarop: “Ik ben een moslimvrouw en draag hoofddoek. Daardoor ben ik in mijn omgeving altijd een uitzondering geweest. Op het gymnasium, universiteit en werk. Dat gaf mij het gevoel dat ik er niet bij hoorde. Toen ik 12 was moest ik op school als straf drie uur lang opschrijven waarom ik een hoofddoek droeg.”

De andere kant van het medaillon kwam ook aan de orde tijdens het debat. Zo wordt bijvoorbeeld bij een fastfoodketen aantal autochtone medewerkers met de dag minder. “Zij voelen zich op het gegeven moment niet meer thuis omdat er zoveel allochtone medewerkers daar werken. Dat zij de straattaal en –codes niet beheersen speelt ook een factor”, voegde Ferhat (22) hieraan toe.

Ondanks zoveel aangrijpende verhalen werden tijdens het debat ook oplossingen aangedragen. Yama (25) vindt dat het niet de taak van politiek is om dit probleem op te lossen. “Ik nodig mijn autochtone vrienden vaak uit om bij mij thuis te eten. Hoe vaak doen jullie dat?” vroeg hij de deelnemers.

De avond werd voortgezet met een stelling over jeugdwerkloosheid. 15 procent van de Nederlandse jongeren zijn werkloos. Bij allochtone jongeren loopt dat cijfer zelfs op tot 28 procent. De Kamerleden leunden achterover en luisterden bij deze stelling aandachtig naar de problemen die jongeren ervaren. Niettemin vertelde Steven van Weyenberg (D66) heel trots dat zijn partij met het herfstakkoord half miljard euro heeft binnengehaald om jeugdwerkloosheid aan te pakken.

Osman (26) is voorzitter van een Turkse jongerenvereniging in Den Bosch en vindt dat het iedere dag slechter gaat met de werkloze jongeren: “Uit verveling gaan zij bijvoorbeeld met oud en nieuwe een autogarage in de fik steken.” Fatma (25) reageerde daarop en zei dat opvoeding hierbij een sleutelwoord vormt. Zij vindt dat ouders hun kinderen moeten aanspreken als zij plotseling met Prada schoenen thuis komen terwijl zij geen cent op zak hebben.

Wat betreft jeugdwerkloosheid heeft Gert-Jan Segers (CU) het gehad met de huidige aanpak. Segers: “Als een jongere werkloos is heeft hij ineens met negen welzijnswerkers tegelijk te maken.
Wat jongeren nodig hebben zijn rolmodellen. Ik ken een rolmodel die een jongere netjes in pak naar een werkgever bracht, en hij werd aangenomen!”

De deelnemers in de zaal vroegen de Kamerleden wat zij zelf doen om jongeren aan een baan te helpen. Van Weyenberg maakte duidelijk dat zijn partij oog heeft voor diversiteit wanneer bijvoorbeeld zij stagiaires aannemen en nodigde de deelnemers uit om bij D66 te solliciteren. Segers zei dat de fractie van ChristenUnie een ‘multi-culti’ team in dienst heeft.

Na de laatste stelling over “het oprichten van een jongerenpartij” kwam het debat tot het einde. Op de vraag of de jongeren de politiek interessanter vinden na deze avond antwoordde een deelnemer: “Zeker, ik zal lid worden van een politieke partij en actief meedoen.” Een andere deelnemer zei: “Ik zal vanaf nu het nieuws beter in de gaten houden.” Het debat wierp meteen haar vruchten af. Een jongedame sprak tijdens de borrel met Steven van Weyenberg af dat zij zijn ‘burgerbuddy’wordt.

Het jongerendebat was de derde en laatste activiteit van het project “Politieke betrokkenheid”, georganiseerd door Platform INS. Eerder bezochten een groep allochtone jongeren de Tweede Kamer, hebben hier gesprekken gevoerd met Kamervoorzitter Anouchka van Miltenburg en Kamerlid Tunahan Kuzu (PvdA). In het vervolg heeft Tweede Kamerlid Pieter Heerma (CDA) een workshop verzorgd over politiek. Platform INS zet zich onder andere in om de (politieke) participatie onder allochtone jongeren te stimuleren.  

Zie de volgende link voor een videofragment van het jongerendebat:

http://www.youtube.com/watch?v=cYqbyXwT6Lw


[nggallery id=91]

,

Tolerantielunch: Media perspectief

‘De Kunst van het Samenleven’ werd tijdens de luncheon van 12 november bekeken vanuit een mediaperspectief. De deelnemers hadden uitgesproken, en geregeld tegengestelde, meningen, wat tot een energiek gesprek leidde.

Beeldvorming en diversiteit
Nadat er tijdens de lunch kennis met elkaar is gemaakt, begint, zoals gebruikelijk, de inleiding op het thema. Media-ethicus Huub Evers, voormalig lector aan de Fontys Hogeschool, houdt een lezing over beeldvorming en diversiteit in de media. Hij ziet de laatste tien jaar een verbreding in de benadering van het begrip diversiteit van etnische naar culturele diversiteit. Redacties streven ernaar een afspiegeling te zijn van de gehele samenleving.

Verder vertelt hij dat onderzoekers hebben geconcludeerd dat media het ontstaan en verspreiden van stereotypen over sociale groeperingen bevorderen. Dat ze bijdragen aan negatieve beeldvorming over, en zelfs een rol spelen bij discriminatie van allochtonen. Dit gebeurt door versimpeling en afstandelijke presentatie; door problematiseren en stigmatiseren; door aanbrenging van een wij-zij-deling op basis van etnische gronden; en tot slot door een slechte vertegenwoordiging van moslims in de media.

Ervaringen
Na de inleiding wordt verkend of, en hoe, de media de ‘Kunst van het Samenleven’ bevorderen. Maar dragen journalisten hiervoor eigenlijk wel verantwoordelijkheid? De deelnemers zijn het erover eens dat ze geen maatschappelijke verantwoordelijkheid hebben voor het bevorderen van sociale cohesie. Journaliste Janny Groen van de Volkskrant stelt dat zij waarnemers zijn wier taak en verantwoordelijkheid het is te tonen wat er in de samenleving gebeurt, of te ontmaskeren wat niet waar is.

Maar beïnvloeden kan wel. Hakan Büyük, journalist bij Zaman Vandaag, wil in zijn stukken de overeenkomsten tussen bevolkingsgroepen benadrukken, in plaats van de verschillen. Hij is van mening dat ieder medium op zijn eigen manier met de ‘Kunst van het Samenleven’ moet kunnen omgaan. Bovendien is die voor iedereen anders. Journalist Peter Breedveld, de oprichter van het weblog Frontaal Naakt, vindt dat de diverse media tegenwoordig erg zijn gelijkgeschakeld. In deze mening staat hij alleen, maar hij krijgt meer bijval wanneer hij zegt dat, als het over allochtonen of moslims gaat, steeds dezelfde personen en deskundigen worden uitgenodigd in veelbekeken televisieprogramma’s als Pauw & Witteman. Volgens Breedveld een bewuste keuze, volgens Groen niet. Dit verschijnsel zie je bovendien bij alle onderwerpen, niet alleen wanneer het over allochtonen gaat. Maar iedereen vindt het wel jammer dat er, vooral op de televisie, een zekere eenvormigheid is ontstaan.

Dromen over een ideale situatie
Om tot een ideale situatie te komen, zal emancipatie van minderheden een belangrijke stap zijn. Meer allochtone jongeren zouden journalistiek moeten studeren en het oprichten van eigen media is een mogelijkheid, alhoewel hier ook weer het gevaar van segregatie aan kleeft. In de berichtgeving is het belangrijk dat de balans terugkeert tussen het wel signaleren van problemen in de multiculturele samenleving, en dit onvoldoende doen van problemen in de niet-allochtone gemeenschap. Naast een etnische benadering, zou het nieuws vaker vanuit meerdere perspectieven belicht moeten worden. En nodig eens Marokkaanse of Turkse deskundigen uit om hun visie te geven op bijvoorbeeld economische onderwerpen, in plaats van alleen op etnische. Evers vult aan dat de sociale media tegenwoordig een middel zijn om de balans te herstellen. Hierop wordt veel en snel mediakritiek geuit, en de redacties houden daar in toenemende mate rekening mee.

Hoe gaan we het in de praktijk brengen

Journalisten moeten zoveel mogelijk de realiteit beschrijven en streven naar objectiviteit. Breedveld mist in de media echter de ‘gewone moslim’, die niet afvallig is, of extremistisch. Hij ervaart dat zijn mening bij andere media niet welkom is en voelt zich door hen onterecht behandeld. Evers benadrukt dat het belangrijk is dit aan te kaarten, en geeft hiervoor diverse mogelijkheden. De laatste denkt ook dat er op de journalistieke opleidingen nog meer kennis bijgebracht kan worden over niet-westerse culturen. Maar uiteindelijk zien de deelnemers nauwelijks meer mogelijkheden dan wachten op de steeds hoger opgeleide jongste generaties van Turkse en Marokkaanse afkomst, op een grotere en daardoor invloedrijkere groep allochtonen, en op de groeiende invloed van sociale media.

Na deze bijeenkomst is het duidelijk dat media veel invloed hebben op de beeldvorming over allochtonen. De manier waarop deze invloed wordt aangewend is echter vaak onbevredigend. De deelnemers koesteren dan ook slechts voorzichtige dromen, maar de hoop hebben ze zeker niet verloren.

Bettina J. Mulder
19 november 2013


[nggallery id=90]

,

Verslag: Panel Parallelle Samenleving

Op de avond van 9 oktober is de Vrijburgzaal van de Rode Hoed tot de nok toe gevuld met een kleurrijk publiek. Platform INS heeft op deze avond een panel bijeengebracht die zich uitsprak over de zogenaamde “parallelle samenleving”. Dit is een term afkomstig uit de brief van minister Asscher aan de Tweede Kamer als reactie op het onderzoek “Dichter bij elkaar?” (2012) van het Sociaal Cultureel Planbureau. Daaruit blijkt dat bepaalde migrantengroepen sterk op zichzelf gericht zijn en weinig ontmoetingen hebben buiten de eigen groep. De minister is bang dat dit fenomeen succesvolle integratie in de weg staat. De avond zal draaide om de vraag of deze angst terecht is en hoe dit eventueel opgelost zou kunnen worden.

Het panel bestond uit Dr. Umit Tas (voorzitter Platform INS), Arend Jan Boekestijn (oud-VVD-Kamerlid en historicus aan de UU), Saniye Calkin (vrouwenplatform ZIJN), Abdelkarim El-Fassi (hoofdredacteur van wijblijvenhier.nl), Martijn de Koning (antropoloog aan o.a. de UvA), Jaco Dagevos (SCP, co-auteur van “Dichter bij elkaar?”). Hieronder is een kleine impressie van het gevoerde debat en de ingenomen standpunten te lezen:

Allereerst gaf de voorzitter de onderzoekers het woord. Dagevos stelde dat er een dalende lijn te ontdekken is in de mate waarin Nederland als gastvrij land gewaardeerd wordt onder migranten. Vooral de Turkse Nederlanders voelen zich veelal niet thuis in Nederland. Asscher noemt in zijn brief de Turkse migrantengroep als voorbeeld van een goed georganiseerde, maar sterk naar binnen gerichte club. Dit heeft zowel voor- als nadelen, bepleitte Dagevos. Zo creëert sociale cohesie werkgelegenheid en worden zorgvragen binnen de groep snel opgevangen. Echter, er ontstaat veelal ook een taalachterstand. Boekenstijn schetste vervolgens het “lot van de immigrant”, aan de hand van een persoonlijke ervaring met hedendaagse, Nederlands-gereformeerde groepen in de VS. Heimwee, eenzaamheid en een taalachterstand zijn volgens hem inherent aan het migrantenbestaan. Inmenging van de politiek in deze zaken is dan ook ongewenst. Calkin stelde ook dat een sterke eigen kring geen probleem. Sterker nog, het vormt veelal een voorwaarde voor bijvoorbeeld het ontstaan van ondernemerschap. Na het verstrijken van het beginstadium dient  men echter zo snel mogelijk op zoek te gaan naar diversiteit. El-Fassi ging een stap verder. Volgens hem plaatst deze discussie de minderheidsgroepen in hokjes. Gerichtheid op de eigen groep is veel sterker aanwezig in autochtonen groepen, denk maar aan studentenverenigingen. Dagevos reageerde hierop door te bepleiten dat bonding geen probleem is, maar dan wel mét bridging. Volgens De Koning is de term parallelle samenleving slechts een verbloeming van wat er echt gaande is. Het integratiedebat betreft niet het welzijn van mensen, maar is slechts een spel om de autochtone gemeenschap en haar cultuur als norm te behouden. Wat hem betreft schrappen we termen als integratie en parallelle samenlevingen uit het publieke discours.

De voorzitter vroeg zich af of er een oplossing bestaat voor de integratieproblematiek. Misschien het door hogere hand opleggen van etnische menging op basisscholen? De meeste panelleden waren het hier mee oneens. Zij zien dit als een overdaad van politieke inmenging en nutteloos: de keuze voor een school is veelal locatie gebonden. Dagevos gelooft meer in het opkrikken van de kwaliteit van zwarte scholen. Ook de idee om gedwongen positieve media-aandacht voor migrantengroepen in te voeren, werd slecht ontvangen door het panel. Tas zou hooguit pleiten voor een interne code in de media, zodat zij zichzelf prikkelen positief integratienieuws uit te brengen. Helaas bleef op deze avond een evidente oplossing uit.

De vraag of religie invloed heeft op het ontstaan van integratieproblematiek, zorgde voor enige spanning binnen het panel. Volgens El-Fassi legt Boekenstijn te vaak een correlatie tussen moslims en maatschappelijke problemen. Vanuit het publiek werd dit ondersteund: er is een groot verschil tussen geloof en religie. Boekenstijn reageerde hier op door te stellen dat heilige geschriften nu eenmaal invloed hebben op handelen. Hij begrijpt niet waarom daar zo gevoelig op gereageerd wordt. De Koning kreeg het woord. Hij doet momenteel onderzoek naar de Schilderswijk in Den Haag, die ervan beschuldigd is een zogenaamde “shariawijk” te zijn. Hij concludeert dat er zeker geen sprake van een causaal verband tussen integratieproblematiek en de Islam.

Tot slot concludeerde de gastheer Umit Tas dat het een geslaagde avond was waarin het panel en het publiek in een kleurrijke samenstelling van gedachte hebben kunnen wisselen. Toen de voorzitter vroeg wie er instemde met het verzoek van de Koning om de term “parallelle samenleving” af te schaffen, schoot een groot gedeelte van het publiek de handen de lucht in. Bij afloop bleven veel mensen in de zaal hangen om de discussie voort te zetten. Ondanks dat men verschilde in standpunten, was er op deze mooie avond tenminste geenszins sprake van parallel samenzijn.


[nggallery id=87]

, , ,

Panel Parallelle Samenleving – 9 oktober a.s.

Let op! Op dit moment is er een wachtlijst en kunnen we pas weer mensen verwelkomen bij een afzegging. 

Panel Parallelle Samenleving

Op woensdag 9 oktober organiseert Platform INS een paneldiscussie rondom het thema parallelle samenleving.

Begin dit jaar kondigde minister Asscher aan een onderzoek te starten naar parallelle gemeenschappen in Nederland. Aanleiding van dit onderzoek is onder andere het rapport ‘Dichter bij elkaar?’ (2012) van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) waaruit blijkt dat de integratie van verschillende migrantengroepen hapert. In een brief uit Asscher zijn zorgen over het ontstaan van een samenleving waarin de noodzaak om elkaar te ontmoeten over de grenzen van verschillende achtergronden heen ontbreekt. Want wanneer men voornamelijk op de eigen groep gericht is, zou dit de integratie kunnen belemmeren.

Vragen die in de discussie aan bod kunnen komen gaan over hoe de integratie van migrantengroepen die een sterke focus hebben op de eigen groep wordt beïnvloed, in hoeverre Nederland te maken heeft met parallelle gemeenschappen en welke processen het vormen van deze gemeenschappen in de hand werkt.

De panelleden zijn Arend Jan Boekestijn (oud-VVD-Kamerlid en historicus aan de UU), Saniye Calkin (vrouwenplatform ZIJN), Abdelkarim El-Fassi (hoofdredacteur van wijblijvenhier.nl), Martijn de Koning (antropoloog aan o.a. de UvA), Jaco Dagevos (SCP, co-auteur van ‘Dichter bij elkaar?’) en Umit Tas (voorzitter van Platform INS). Floris Alberse, redacteur bij Pauw & Witteman, zal het gesprek leiden.

Details paneldiscussie
Datum: woensdag 9 oktober
Aanmeldenn.vanderveldt@platformins.nl
Aanvang: 20:00 (inloop vanaf 19:30)
Locatie: De Rode Hoed, Keizersgracht 102, Amsterdam

Interreligieus Symposium Vredespaleis

Interreligieus Symposium Vredespaleis

Op 11 september 2013 werd Platform INS uitgenodigd voor een Interreligieus Symposium in het Vredespaleis. Dit symposium stond in het teken van verzoening als middel om duurzame vrede te bereiken. Vertegenwoordigers van de vijf grote religies,  het Christendom, Jodendom, Hindoeïsme, Boeddhisme en de Islam presenteerden hun theologisch perspectief op dit thema. Platform INS nam het woord namens de Islamitische gemeenschap.

Het symposium bestond uit een veelzijdig en uitgebreid programma. Vertegenwoordigers van elke religie hielden een presentatie over zaken als verzoening, vergeving, en meditatie. Zo werd bijvoorbeeld verteld dat de Koran en de Bijbel overlappingen kennen op belangrijke punten. Daarom zou uitsluiting van religies onnodig zijn. Tolerantie is daarbij de essentie om conflicten te bestrijden. Sommige presentaties kwamen met concrete voorbeelden over de wijze waarop verzoening werd gestimuleerd. Zo kwam de Hindoeïstische vertegenwoordiger met het voorbeeld van Prison SMART. Door middel van meditatie- en yoga oefeningen werden gevangenen rustiger. Emoties als frustratie, woede en stress verdwenen hierdoor.

Daarnaast was er ook ruimte voor communicatie over en weer met het publiek. Verschillende gasten kwamen naar voren met vragen en/of opmerkingen. Sommigen kwamen met prikkelende stellingen. Zo vroeg een man zich af waarom er zoveel geweld in naam van religie plaatsvindt terwijl er tijdens het symposium vooral verzoenende en vredelievende geluiden te horen zijn. Een fundamentele vraag. Kern van de reacties waren dat men bij zichzelf moet beginnen, om zo een positieve bijdrage te leveren aan de gemeenschap. Na de discussie met het publiek  was er een moment van stilte. Voor sommigen een moment om te bidden, voor anderen om te mediteren of na te denken.

Al met al heeft Platform INS een bijzonder symposium bijgewoond. De verschillende doelgroepen en religies maakten het tot een interessant, divers en inspirerende dag. Het symposium werd afgesloten met een ceremonie buiten het Vredespaleis, waar de inhuldiging van de Peace Column plaatsvond. Tenslotte werd er over deze bijzondere middag nagepraat tijdens een lunch.