Verslag: Samenleven of ieder z’n eigen hokje?

Nederland was nog nooit zo verdeeld als nu en bevolkingsgroepen leven langs elkaar heen. Dit vertelde prof. Dagevos van het SCP op donderdag 25 februari. Dagevos kwam bij Platform INS om te vertellen over het rapport Werelden van Verschil, die sommige verontrustende bevindingen bevat. Daarnaast werd de huidige stand van zaken wat betreft bevolkingsgroepen, uitsluiting en integratie besproken. Aansluitend werd met het publiek gezocht naar oplossingen en werd er een voorzichtige blik op de toekomst geworpen.

Dagevos legt uit

 Minderheden voelen zich in Nederland over het algemeen niet thuis. Zij voelen zich gediscrimineerd, zijn ontevreden en zijn sterk verbonden met het land van herkomst. Met deze boodschap viel professor Jaco Dagevos met de deur in huis. Dagevos is hoofd onderzoek bij het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) en is sinds kort leerstoelhouder aan de Erasmus universiteit. Integratie en minderheden behoren tot zijn expertise.

Het rapport Werelden van verschil kwam eind 2015 uit. Daarin stonden geruststellende bevindingen als dat 90% van de Turks Nederlandse jongeren tégen ISIS is. Dit gegeven komt niet uit de lucht vallen, aangezien een jaar eerder het tegenovergestelde werd beweerd door onderzoeksbureau Motivaction. Het onderzoek van laatstgenoemde werd echter fel bediscussieerd en veel jongeren gaven aan zich niet in dat beeld te herkennen. De onderzoeken die volgden kwamen herhaaldelijk uit op andere bevindingen. ‘Maar daar gaat het vanavond niet over’, zei professor Dagevos.

Waar het op deze avond wel over ging is de vraag ‘Samenleven in Nederland of ieder in z’n eigen hokje?’ In het SCP-onderzoek werd er ook gekeken naar hoe etnische groeperingen in de samenleving staan. Voor deze avond nam Dagevos extra tijd om stil te staan bij Turkse Nederlanders. Zoals uit het bovenstaande grafiek af te lezen valt, wordt de integratie van Turkse Nederlanders in een spectrum uiteengezet. Deze loopt van segregatie, totaal afgezonderd van de rest van de bevolking, tot volledige assimilatie, overwegend contact met Nederlanders en geen identificatie met groep van herkomst.  Hieruit blijkt dat meer dan de helft van de Turkse Nederlanders gematigd gesegregeerd is en dat slechts 20% van deze groep gericht is op Nederland.

Uitsluiting

Deze breuk manifesteert zich in meerdere gebieden. Op emotioneel gebied zie je dat gesegregeerde groepen zich veelal identificeren met de herkomstgroep. Daarnaast hebben ze een toenemende oriëntatie op het geloof, hebben ze vaak meerdere identiteiten naast elkaar en worden ze vaak ook door anderen gezien als lid van een etnische religieuze groep. De moslimidentiteit komt hierbij op de eerste plek en dient vaak ook als een alternatief voor de Nederlandse identiteit. Ze voelen zich van alles: moslim, bewoner van een stad, Turk, Nederlander en dit verschilt per situatie, de locatie waar ze zich bevinden en met wie ze zijn.

Echter, voor de meesten wordt het zwaartepunt in hun identiteit niet door hunzelf, maar door de omgeving bepaald. In veel gevallen betekent dat leden van deze groepen niet een onderdeel van het land zijn, maar onderdeel van de migranten- of religieuze groep. Dit is niet alleen het geval in situaties waar deze rol logischerwijs naar voren komt, zoals in de moskee of bij familie, maar ook in gevallen die los zouden moeten staan van hun achtergrond, op straat of bij een zoektocht naar werk.

Al met al heeft een aanzienlijk deel van Nieuwe Nederlanders – van Surinaams, Antilliaans, Marokkaans en Turkse komaf – het gevoel dat ze apart gezet worden en is er een breed gedragen gevoel dat ze als groep uitgesloten worden. Men voelt zich Turks en moslim, maar dat is niet hoe ze (altijd) gezien willen worden. Men wil aangesproken worden op andere rollen, maar dat gebeurt vaak niet.

Aan leden van verschillende bevolkingsgroepen werd gevraagd of ze in het afgelopen jaar ten minste een maar discriminatie hadden ervaren. 60 tot 70% van de Turkse en Marokkaanse Nederlanders geeft aan dat dit inderdaad zo was. Opmerkelijk hierbij is dat er ook bij Surinaamse Nederlanders vergelijkbare cijfers naar voren kwamen terwijl deze groep veel sterker op Nederland georiënteerd is en veel minder tot de gesegregeerde categorie behoren. De gedachte dat men zich extra moet bewijzen en sneller op fouten worden afgewezen wordt breed gedragen.

Ieder z’n eigen hokje

Over het algemeen is de binding met Nederland voor veel mensen laag te noemen. Men heeft ook geen vertrouwen in de politiek en hebben weinig op met de Nederlandse media. Dagevos geeft aan dat jongeren als voorbeeld voor de eenzijdigheid van media en politiek, het Motivaction-onderzoek veelvuldig benoemden. Eén van de sterkst terugkerende dingen, aldus Dagevos, is het gevoel dat heerst bij jongeren dat vrijheid van meningsuiting niet voor iedereen geldt en dat er met twee maten gemeten wordt.

De verschillen tussen groepen wordt eerder groter dan kleiner. Dit is te zien in ruimtelijke segregatie, doordat er steeds minder gemengde wijken zijn en hierdoor bevolkingsgroepen bij elkaar komen te wonen. Daarnaast is het maatschappelijk debat dusdanig verhard dat dit het probleem vergroot. Doordat veel groepen geen weet hebben van elkaars referentiekader en zich niet verdiept in elkaar drijven zij steeds verder uit elkaar.

De 2e generatie doet het beter, maar zorgelijk zijn de sociaal culturele verschillen. Nederland is dus een land van afstand. Integratie is voltooid als ze niet meer als groep wordt beschouwd en niet meer in geding staat dat ze burger zijn.

Goed nieuws

Als we naar de toekomst kijken zijn er een aantal positieve zaken te zien. Wat betreft de sociaaleconomische integratie gaat het voor de 2e en 3e generatie immigranten erg goed en is er sprake van sterke vooruitgang. De nieuwe generaties hebben meer te besteden, wonen beter en vooral op het hbo vertaalt zich dit naar betere posities op de arbeidsmarkt. Toch is er hier ook een kleine kanttekening: sociaaleconomische vooruitgang betekent niet dat automatisch verbetering in sociaal-cultureel opzicht. Met andere woorden: segregatie wordt niet opgelost door een volle portemonnee en een groot huis.

IMG_7080

Wat is dan wel nodig om een eind te maken aan het ‘hokjesdenken’ en een begin te maken met samenleven?  Volgens Dagevos is een goede eerste stap het introduceren van een ander discourse. Nu wordt integratie vaak als een eenzijdig proces uitgelegd, maar ‘it takes two to tango’, aldus Dagevos. Daarmee bedoelt hij dat zowel de ‘ontvangende samenleving’ als de ‘nieuwkomers’ nodig zijn om een succesvolle integratie tot stand te brengen. Ook al kan een andere definitie het probleem niet oplossen, het zal zeker een bijdrage leveren aan hoe de samenleving naar het integratieproces kijkt.

Verder geeft Dagevos toe er geen kant-en-klare oplossing bestaat om de groepen meer bij elkaar te brengen. Hoop vestigt hij op minister Asscher, de huidige minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Hoewel hij eerst erg ferm ageerde naar minderheden en hij harde taal sprak naar deze groepen is er in de afgelopen jaren het een en ander veranderd in zijn aanpak, door bijvoorbeeld discriminatie onder bedrijven strafbaar te stellen.

IMG_7130

Om goede voorbeelden over te kunnen halen naar Nederland kan het helpen om te kijken naar andere landen die vergelijkbaar zijn met Nederland. Het schoolsysteem in Duitsland werkt bijvoorbeeld beter voor migranten, met lagere uitval en betere aansluiting op de arbeidsmarkt. Hun systeem kopiëren zal niet resulteren in hetzelfde eindresultaat, maar het kan wel als inspiratie dienen voor wat er beter kan.

Het eerstvolgende PHD Café is op 24 maart met dr. Daan Beekers. Hij zal het hebben over de overeenkomsten én gedeelde uitdagingen van christelijke en islamitische jongeren die in Nederland gelovig willen leven. Klik hier voor meer informatie.