Berichten

Recensie door dr. Gerrit Steunebrink

B. Jill Caroll, Een dialoog tussen beschavingen. Gülens humanistische idealen en het humanistische discours, voorwoord door Akbar S. Ahmed, New Jersey: Tugra Books 2013. Vertaald door Ingrid ten Bos.

Dit boek is een analyse van het gedachtegoed van de Turkse hervormingsdenker Fethullah Gülen. Het poogt Gülens denkwereld te begrijpen door haar te plaatsen binnen en te vergelijken met stromingen in het denken van het Westen en daar buiten die bijgedragen hebben aan het humanisme. Het boek presenteert Gülen dus allereerst als een humanist, dat wil zeggen als een denker die iedereen, ongeacht zijn religieuze richting, ook een atheïst, wat te vertellen heeft. Tegelijkertijd probeert de schrijver duidelijk te maken dat Gülens humanisme zijn wortels heeft in de islam. Zo wordt ook duidelijk dat islam en humanisme niet met elkaar in tegenstelling zijn. In dit opzicht is het een nuttig boek. Te vaak nog worden islam en humanisme als vijandig tot elkaar gezien. Te vaak wordt Fethullah Gülen in Nederland gezien als een fundamentalistische denker die in zijn internaten de moslimjeugd indoctrineert. Maar hij zoekt de dialoog. Fethullah Gülen is allereerst een islamitische hervormingsdenker. Al sinds de negentiende eeuw zoeken hervormingsdenkers in de islam naar een verzoening tussen de islam en de moderne, in het Westen ontwikkelde wetenschappen. Fethullan Gülen stamt zelf uit de hervormingsbeweging van Said Nursi. Hij heeft zich geconcentreerd op het onderwijs. In het onderwijsproject hoopt hij mensen op te voeden die de moderne wetenschappen een plaats kunnen geven binnen hun islamitische geloof en daarmee binnen een ethisch kader. De schrijfster probeert Gülens humanisme naar voren te halen door het te vergelijken met het denken van achtereenvolgens I.  Kant, J. S. Mill,  Plato en Confucius gezamenlijk en J-P. Sartre. Zij vergelijkt Gülens idee van de menselijke waardigheid met dat van Kant, zijn vrijheidsbegrip met dat van Mill, zijn ideeën over idealen en onderwijs met die van Plato en Confucius en zijn opvatting van verantwoordelijkheid met Sartre. Om dat goed te doen legt de schrijver in ieder hoofdstuk uitgebreid de ideeën van de desbetreffende filosofen uit. Maar dat heeft als nadeel dat, tegen de bedoeling in, de uitleg van de ideeën van Gülen zelf te kort komt. De lezer van dit boek krijgt geen beeld van het denken van Gülen in zijn geheel. Daarvoor moet je andere werken van Gülen lezen die in het Nederlands vertaald zijn, zoals ‘De smaragden van het hart’. Je hoort iets over de beroemde mysticus Rumi als inspiratiebron van Gülen, maar heel weinig over hoe Gülen zijn gedachten verbindt met de vormgeving van de islam in de moderne tijd. Je hoort ook niets over zijn ideeën van de Turks-islamitische synthese.

De hoofdstukken die volgens mij het meest inzicht geven in Gülens eigen gedachtewereld zijn de hoofdstukken over idealen en opvoeding bij Plato en Confucius. Daar komt de pedagoog Gülen naar voren die mensen wil vormen die verantwoordelijkheid kunnen dragen in de maatschappij. Daar vind je ook iets over de vormgeving. De goed gevormde mensen horen niet in de rol van regeerders of bestuurders op te treden maar in die van adviseurs. Een lezenswaardig boek dat tot denken aanzet, een bijdrage levert aan de dialoog, maar iets te weinig inleidt in het denken van Fethullah Gülen in zijn geheel.